Onze kerken

Sint Jozefkathedraal

Sint Franciscuskerk

Sint Jozefkerk

De Sint Jozefkerk is een van de twee kerken van de Groningse binnenstadparochie ‘Sint Martinus’. Zij is de hoofdkerk van het bisdom Groningen-Leeuwarden en wordt dan ook vaak Sint Jozefkathedraal genoemd of ‘kathedrale kerk van de HH. Jozef en Martinus. De kerk is ontworpen door de architect P.J.H. Cuypers (1827-1921) in samenwerking met zijn zoon J.Th.J. Cuypers (1861-1949).

Tot aan de bouw kende de stad Groningen één katholieke parochiekerk. De oude middeleeuwse Sint Martinuskerk aan de Broerstraat. Toen de stad zich naar het zuiden ging uitbreiden werd de bouw van een tweede parochiekerk noodzakelijk geacht. Het pastorale verzorgingsgebied zou de nieuwe Oosterpoortwijk worden.  Omdat daar veel arbeiderswoningen verrezen werd de kerk gewijd aan Sint Jozef, patroon van de arbeiders.

De kerk is in neogotische stijl gebouwd van 1885 tot 1887. Het kerkbestuur was onder de indruk van de Sint-Vituskerk in Bussum. Men vroeg aan Cuypers om dit als voorbeeld te nemen voor de nieuw te bouwen Sint Jozefkerk. Daar had Cuypers zich laten inspireren door de vorm van Broederenkerk te Zutphen; een driebeukige basiliek zonder transept met forse steunberen en luchtbogen. De naastgelegen pastorie werd ook door Cuypers ontworpen.

Inrichting van de kerk

Bij de inrichting van de kerk werd Cuypers in eerste instantie ook betrokken. Hij mocht – in 1888 – het eerste zijaltaar leveren dat gewijd werd aan Sint Jozef. Toen de eerste pastoor zich aandiende, zorgde deze er via zijn connecties echter voor dat de rest van de inrichting grotendeels werd verzorgd door leden van de ‘Utrechtse kring’ van het St. Bernulphusgilde. Zo tekende Mengelberg voor het imposante gebeeldhouwde hoogaltaar, de communiebanken, het triomfkruis, het Maria-altaar en de preekstoel. De Utrechts glazenier H.L.D. Geuer mocht de glazen van de koorramen en de congregatiekapel leveren.  Aan Janssen werd de polychrome beschildering van het priesterkoor toevertrouwd. Cuypers werd later overigens wel weer geconsulteerd voor de verdere invulling van het interieur. Op 25 mei 1887 werd de kerk geconsacreerd.

Maarschalkerweerdorgel

Dit orgel staat sinds 1906 in de Sint Jozefkerk aan de Radesingel in Groningen. Het betreft een tweemanualige Maarschalkerweerd, geïnspireerd op het Maarschalkerweerdorgel dat in de kathedraal in Utrecht staat. In 2005 werd het orgel gerestaureerd en weer met de originele dispositie teruggeplaatst door Adema/van Baekel.

Dispositie

Hoofdwerk C-f3 Positief C-f3 Pedaal C-d1 Werktuiglijke registers
Bourdon 16′ (in crescendokast) Contrabas 16 P + I
Prestant 8′ Zacht Gedekt 8′ Subbas 16 P + II
Bourdon 8′ Holfluit 8′ Open Fluit 8 I + II
Flûte harmonique 8′ Quintadeen 8′ Gedekt 8 Tremulant
Salicionaal 8′ Gamba 8′ Bazuin 16 Vrije Combinatie
Dolce 8′ Voix céleste 8′ Vaste Combinaties P-MF-F-O
Octaaf 4′ Flûte octaviante 4′
Roerfluit 4′ Gemshoorn 2′
Nazard 3′ Basson-Hobo 8′
Octaaf 2′
Mixtuur III-V
Trompet 8′

Download HIER een artikel uit het bisdomblad over de restauratie van het orgel in 2005.

´Dronkemanstoren´

Hoewel het parochiebestuur bepaalde wensen had met betrekking tot de kerk was Cuypers vrij in het ontwerp voor de toren. Het werd opvallende zeskantige toren met een open stalen spits. Zes zeskantige toren komt meer voor in het oeuvre van Cuypers. Onder andere bij St. Dominicuskerk in Amsterdam had Cuypers zo´n toren gedacht. Daar is de toren slechts tot de dakrand van de kerk opgetrokken Bijzonder is ook het gebruik van gietijzer als materiaal voor de torenspits. Vanuit alle kijkrichtingen zijn er twee wijzerplaten te zien (wat bij een vierkante toren ook kan), en vaak zelfs drie (wat bij vierkante torens onmogelijk is). Het zien van drie klokken tegelijk werd door sommige schertsenderwijs gerelateerd aan de effecten van alcohol. Dankzij deze eigenaardigheid heeft de toren de bijnaam ‘Dronkemanstoren’ gekregen.

Luidklokken

In de toren van de St.-Jozefkerk hangen acht bronzen luidklokken. Dat is ongewoon veel voor een parochiekerk, maar wel passend voor een kathedraal. De St.-Jozef had, totdat in 1943 op last van de Duitse bezetter de toren werd leeggeroofd, drie klokken. Na de oorlog kwamen er vier voor in de plaats. In 2020 en 2022 hebben particuliere schenkers ervoor gezorgd dat er nog eens vier klokken bijkwamen. Sindsdien beschikt de inmiddels tot kathedraal geworden kerk over een fraai ‘achtgelui’.

De vier klokken van 1948 zijn gegoten door de gieterij van de Gebr. Van Bergen in Heiligerlee. Dit bedrijf vervaardigde toen vele klokken voor binnen- en buitenland, omdat er een enorme vraag was na de klokkenroof in de oorlog. In 1980 is het bedrijf gesloten. De nieuwe klokken zijn gegoten door Simon Laudy in Finsterwolde, de enige overgebleven klokkengieter ten noorden van de grote rivieren. Deze Klokken- en Kunstgieterij Reiderland werkt volgens de aloude principes van het klokgietersambacht.

Basisgegevens

Van de klokken: naam, gietjaar, functie, toon.

  1. Petrus 2020 – Feestklok en Rouwklok – es’
  2. Jozef 1948 – Zondagsklok – f’
  3. Theresa 2020 – Angelusklok – g’
  4. Elisabeth 1948 -Angelus-voorslagklok – as’
  5. Henricus 1948 -Dagklok – bes’
  6. Johannes 1948 – Doopklok – c’’
  7. Caritas 2022 -Engelengelui 1 – es’’
  8. Amor 2022 -Engelengelui 2 – f’’

Meer weten over het achtgelui ?

Download HIER een uitgebreide toelichting op het achtgelui van de Kathedrale Kerk St. Jozef.

De Luidorde

Als kathedraal en als centrale kerk van een vitale stadsparochie wordt de St.-Jozefkerk intensief gebruikt voor de eredienst. De acht klokken geven kleur aan deze diversiteit aan vieringen, liturgische momenten en gedachtenissen. Dit veelkleurig gebruik wordt geregeld door een ‘luidorde’: een programma dat vastlegt op welk moment of bij welke gelegenheid welke klok(ken) luidt of luiden. Vanwege hun symbolische betekenis en hun signaal- functie moeten ze weloverwogen en zinvol hun functie vervullen.

De luidorde gaat uit van het karakter van elke individuele klok, dat allereerst wordt bepaald door de toonhoogte. Zodra meerdere klokken worden gebruikt, ontstaat door de toonafstand tussen deze klokken een ‘motief’, dat bijvoorbeeld kan refereren aan de melodie van een liturgisch gezang. Zo geven de klokken het eigen karakter aan van elke tijd van het kerkelijk jaar, een feest of speciale gelegenheid.

Hoe luiden de klokken?

De klokken hangen in de daarvoor bestemde vierde geleding van de elegante toren. Deze steekt boven de nok van het kerkdak uit en is geheel opengewerkt, zodat het geluid zich naar alle richtingen goed kan verspreiden. De klokken worden elektrisch aangedreven en door de koster met een druk op de betreffende knoppen in beweging gebracht. De zes grootste klokken hangen aan gekrukte assen, en luiden daardoor met een ‘vallende klepel’. De twee kleinste hangen aan een rechte as en hebben een ‘vliegende klepel’.

Daarnaast zijn twee klokken voorzien van een slaghamer. Deze ijzeren hamer kan de slagrand aan de buitenkant aantikken. Dit ‘slaan’ van de klok gebeurt bij de grote Petrusklok via het uurwerk, waarmee deze de hele en halve uren aangeeft. Ook de Elisabethklok heeft een slaghamer. Deze dient voor de voorslag van het Angelus.

Aan de voet van de spits, boven de klokkenetage bevinden zich aan alle zes kanten van de toren wijzerplaten die de tijd aangeven. Tegenwoordig worden het uurwerk, maar ook bepaalde luidingen aangestuurd door een computer.

 

Sint Franciscuskerk

De tweede kerk van de Sint Martinusparochie is de Sint Franciscuskerk aan de Zaagmuldersweg. In 1930 stond het kerkbestuur van de Sint Josephparochie voor de taak om een 4e katholieke parochie te stichten in de oostelijke uitbreiding van de stad Groningen. Pastoor Schoenmakers werd als bouwpastoor aangewezen om in de Oosterparkwijk een kerk te bouwen. Op advies van Paul Bellot werd H.C. van de Leur aangetrokken als architect voor de bouw van een kerk. Hij ontwierp een gebouw in de stijl van Bellot. Het gebouw heeft een vierkante klokkentoren met een met koper bekleed tentdak. De eerste steen werd gelegd op tweede kerstdag 1932. In januari 1934 kon de kerk worden ingewijd. De kerk is gewijd aan Franciscus van Assisi. De kerk werd tussen 1996 en 2000 gerestaureerd. Het gebouw is een gemeentelijk monument, evenals de naastgelegen pastorie, die werd ontworpen door A.Th. van Elmpt en in dezelfde periode als de kerk werd gebouwd.

Interieur

Het meest opvallende is het gebruik van gekleurde baksteen. Siermetselwerk wordt decoratief gebruikt. Het brede middenschip wordt door zes paraboolbogen overspannen. In de kerk zijn de meeste beelden gemaakt door Herman van Remmen. Hij maakte rond 1943 beelden van Antonius van Padua, Gerardus Majella, Jozef, Theresia en Franciscus van Assisi. Hij maakte ook een piëta (1933), die zich bevindt in een devotiekapel. Het beeld van Franciscus in de toren is ook van zijn hand. Joep Nicolas maakte het glas-in-loodwerk, voorstellende het levensverhaal van de heilige Franciscus. De kruiswegstaties (1946) zijn van de hand van Charles Eyck. Edelsmidse Brom is verantwoordelijk voor het edelsmeedwerk van het altaar en voor twee beelden in de kerk. Alle altaren zijn ontworpen door Jan Eloy Brom.

Fotogalerij interieur

Glasramen

Het glas in lood is gemaakt door Joep Nicolas (1897-1972). Deze beroemde Limburgse glazenier heeft in 10 grote vensterpartijen het levensverhaal van Sint Franciscus afgebeeld. De afbeeldingen zijn in “grisaille”, tegen een bruin-gele achtergrond. Het past goed bij het baksteeninterieur van de kerk.

Fotogalerij glas-in-loodramen

Waar ben je naar op zoek?