Tweede Zondag van de Veertigdagentijd – B
Oudjaar – B
31 december 2023
Oudjaar – B
31 december 2023
 

PREEK VAN PASTOOR/PLEBAAN R. WAGENAAR
GEHOUDEN OP ZONDAG 25 FEBRUARI 2024
IN DE ST. JOZEFKATHEDRAAL TE GRONINGEN.

Het Evangelie van deze tweede Zondag van de Veertigdagentijd is een bemoediging voor ons, die nog aan het begin van de Veertigdagentijd staan.

Echter, het Paasfeest is geen goedkope vreugde. Er is geen Paaszondag zonder Goede Vrijdag, geen verrezen Heer zonder een gekruisigde Christus.

Zo kunnen we de berg Tabor en Golgotha zien als de schering en inslag van een weefsel. Want Heerlijkheid en kruis zijn niet los te denken van elkaar.

Heel Jezus’ spreken en doen is een gegeven van vreugde en pijn.

Hij spreekt vaak woorden van troost en bemoediging. Hij vecht tegen ziekte en dood. Hij geneest en geeft het dode kind aan zijn moeder terug. Hij spreekt over eeuwig leven, maar ook voorspelt Hij zijn eigen lijden en dood zonder enige terughoudendheid, zoals er staat. Hij zegt zelfs, dat “het moet” , soms zelfs, dat Hij naar dat “uur” verlangt.

Heel zijn leven is al het vooraf beleven van de Paasdagen van zijn dood en verrijzenis – die eenheid van vrijdag en Zondag.

Duidelijk zien we dat in het Evangelie van deze Zondag in de scene van de verheerlijking op de berg. Het is een zonnige, stralende gebeurtenis. Alles is licht en zijn klederen wit als sneeuw.

En dadelijk daarna spreekt Jezus over zijn lijden bij het afdalen van de berg. Hij remt de vreugde van de Apostelen af. De drie uitverkorenen – straks ook in de Hof van Olijven – mogen niet vertellen over wat ze gezien hebben, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. En ze zitten bij die afdaling al vol vragen. Ze begrijpen er eigenlijk niets van.

Het is moeilijk voor de Apostelen en ook voor ons om Jezus’ lijden en dood te verbinden met zijn verrijzenis. Wij vergeten liefst zo gauw mogelijk de vrijdag, om naar het feest op te gaan.

Maar de dood is geen kwade droom. Dat Jezus is verrezen betekent natuurlijk, dat Hij leeft en niet in de dood is gebleven. Maar Hij draagt het lijden en de dood in zich mee. De Verrezene heeft de wonden niet verloren: ze zijn verheerlijkt, maar niet weg. De dood is overstegen, maar niet ongedaan gemaakt. Dat geldt ook voor ons.

Het verrijzenisgeloof mag geen onderschatting van het leed zijn.

Het kruis staat in het hart van ons geloof. Zijn we ons dat in ons dagelijks leven bewust? Hangt er nog een kruis bij u thuis en kijkt u er wel eens naar op? Geven we nog wel eens een kruis bij bijzondere gelegenheden ten geschenke b.v. bij de Eerste Heilige Communie?

Maar belangrijker is het innerlijke beeld, dat we ervan meedragen in ons hart. Hoe vaak denken we aan Christus op het kruis?

Het vele lijden, geweld en onrecht in de wereld wekt onze verontwaardiging. Bij tienduizenden gaan mensen de straat op uit protest tegen dodelijke aanslagen. Waarom zien we dan zo weinig, welk onrecht God is aangedaan, wanneer zijn Zoon aan het kruis is geslagen?

Op Goede Vrijdag zou de Kerk moeten uitpuilen om het onbegrijpelijke gebeuren van Gods Zoon, die sterft op het kruis door de handen van mensen. Maar dan zijn velen al op weg voor een lang weekend.

Maar toch, zegt Paulus verkondigen wij een gekruisigde Christus, aanstoot voor de Joden, dwaasheid voor de heidenen. Maar voor allen, die geroepen zijn, Joden en heidenen, is Hij Gods wijsheid en Gods kracht.

Wij mogen niet langs het kruis heen kijken. Het zal ons lijden, in welke vorm ook, aanvaardbaarder maken en niet brengen tot verwijten aan God.

De mensen wachten op een goed woord van God over lijden, offer en kruis.

Want alle mensen lijden en achter elke deur is er verdriet. Het zou er niet moeten zijn, maar het IS er.

Dat goede woord mag het lijden niet wegnemen, neutraliseren of verdoven.

Het kan alleen een goed woord zijn, als we het ernstig nemen en er dwars doorheen gaan. Zo deed Abraham, die de opdracht kreeg zijn enige zoon te offeren, niet zo vreemd toen, waar in omliggende landen mensenoffers werden gebracht, om de goden gunstig te stemmen – en dan bij voorkeur het dierbaarste offer. Het moet Abraham hard zijn gevallen, maar hij gehoorzaamde God. En dat was het enige, wat God vroeg.

Dat is precies, wat Jezus doet in zijn Pasen: Hij gaat door het lijden heen, geeft het een zin en overwint het.

Gods pedagogie om ons te verlossen verliep nu eenmaal niet onder de vorm van een zegetocht van de rede, maar over de dwaasheid van het kruis.

Maar er is een verborgen vruchtbaarheid van het kruis: wat het einde leek, werd het begin. Er kwam water en bloed uit zijn zijdewond, beeld van de twee hoofdsacramenten: Doopsel en Eucharistie.

Ja, alle sacramenten zijn geworteld in het kruis en vinden daar de bron van hun vruchtbaarheid. Het hele leven van de Kerk is er uit gegroeid.

En de dwaasheid van het kruis dan? Paulus zegt: de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Alleen die kruiswaarheid moet onze aandacht hebben en zó onze verbondenheid met de gekruisigde en verrezen Heer in ons leven. Alleen dáár ligt onze werkelijke toekomst, bij Hem.

Zo mogen wij in deze Veertigdagentijd opgaan naar Pasen. Dat vieren wij in de Eucharistie.

Amen.

 
Tweede Zondag van de Veertigdagentijd – B
Deze site gebruikt enkel cookies voor de basis­func­tio­naliteit. Er wordt geen gebruik gemaakt van site-analyse of cookies van derden.